Geschiedenis
De Veenkoloniën is een gebied wat vroeger uit één groot moeras van laag- en hoogveen bestond dat tot ver in Duitsland doorliep. Het ligt ingeklemd tegen de Hondsrug in Drenthe en werd begrensd door hooggelegen plaatsen als Haren, Hoogezand, Winschoten, Onstwedde, Nieuweschans, Rütenbrock en Ter Apel. Het gebied was dermate ontoegankelijk dat de grens tussen de provincies Drenthe en Groningen vastgelegd werd als een denkbeeldige rechte lijn tussen de Martinitoren in Groningen en het klooster in Ter Apel.
Aan het begin van de 18e eeuw vestigden zich in dit gebied de eerste mensen (turfstekers, glasblazers en handelaren) uit Duitsland waar het werk schaars was. Door het afschaffen van de invoerrechten door koning Willem III (welke een grote werkloosheid tot gevolg had), de behoefte aan goedkope brandstof (turf), en het uitgeven van ontginningsconcessies als werkverschaffing, werden de Veenkoloniën ontgonnen.
Wilde men in die tijd de Heilige Mis bijwonen, dan had men de keus uit de kerk van Rütenbrock, Oude Pekela, Veendam, Assen of Coevorden. Gelet op de staat van de wegen en het ontbreken van vervoermiddelen in die tijd was de kerkgang dan ook zeer beperkt.
Zandberg als moederparochie
In het jaar 1843 werd in Zandberg een kerk gebouwd.
Omdat voor de katholieken die werkzaam waren in de vervening de afstanden tot de toen aanwezige katholieke kerken te groot waren geworden, werd in het 1843 eerst de parochie "de Zandberg" opgericht door aartspriester Henricus van Kessel. Het gebied werd door de verdergaande ontginningen zo groot dat de afstanden een probleem begonnen te worden. Na de stichting van de parochie Zandberg werd in 1848 de parochie Stadskanaal opgericht. Ook het aantal katholieken in Stadskanaal en Musselkanaal nam gestaag toe en was bovendien groot genoeg om te komen tot meerdere parochies en zo geschiedde.
De oudste geschiedenis van de parochie begint eigenlijk op de Horsten. Toen de vervening van de streek begon en de ontwatering het land toegankelijk maakte, gingen de eerste boeren zich vestigen op de zandplekken (ruggen) in het veen, zoals de Braamberg, de Zandberg, de Oomsberg etc. De Horsten was ook zo’n zandrug in het veen. Er werden aanvankelijk hele primitieve hutten (plaggenhutten) gebouwd. Horsten werd het eerste buurtschap. De bebouwing langs de kanalen ontstond pas later.
Tot echte parochie werd Musselkanaal verheven op 21 mei 1905 en werd kapelaan Yntema benoemd tot pastoor. Bij de parochie behoorden toen ongeveer 450 parochianen. De eerste pastoor heeft hier bijna zeven jaar mogen werken. Op 23 april 1912 werd hij overgeplaatst naar Vasse en Mander (Twenthe).
De oorspronkelijke klok werd in 1927 geschonken bij gelegenheid van het zilveren priesterfeest van deken Oosterbaan en droeg als tekst: "Mijn naam is Jan. Ik roep wat ik kan. Mijn schaapjes op de hemel an." Deze klok werd in de oorlogsjaren ontvreemd.
Op 18 december 1949 werd een nieuwe klok geplaatst met daarop de veelzeggende tekst: "Mijn naam is Jaap. Ik ben een hele knaap. In 1942 weggenomen, ben ik eens zo zwaar teruggekomen". (De gestolen klok woog 400 kg en de nieuwe 850 kg.)
In 1955 werd bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de parochie en het 25-jarig priesterschap van pastoor Van den Brink twee nieuwe luidklokken toegevoegd. De Antoniusklok heeft als opschrift: "Patroon van verloren zaken. Zorg dat wij niet verloren raken. Daarom grote kerkpatroon, roep ons dikwijls naar Gods woon". De Maria- en Angelusklok heeft als opschrift: "Maria, bid voor ons op alle stonden, dat wij blij uw lof verkonden".
Aantal parochianen
Onderstaand rijtje geeft de ontwikkeling in grootte van de parochie aan en laat tevens zien dat er een zeer sterke afname is van het aantal parochianen die samen komen voor de wekelijkse liturgievieringen.
De grootte van de parochie is sinds 1995 stabiel en de laatste jaren is aan de daling van kerkgangers een eind gekomen.
In 1905 450 parochianen In 1925 1100 parochianen In 1955 1650 parochianen Kerkgang ca 90% In 1965 2000 parochianen Kerkgang ca 82% In 1970 2020 parochianen Kerkgang ca 73% In 1975 2020 parochianen Kerkgang ca 60% In 1980 1890 parochianen Kerkgang ca 58% In 1985 1760 parochianen Kerkgang ca 47% In 2000 1520 parochianen Kerkgang ca 21% In 2001 1504 parochianen Kerkgang ca 20,9% In 2002 1515 parochianen Kerkgang ca 21,0% In 2003 1520 parochianen Kerkgang ca 21,2% In 2004 1528 parochianen Kerkgang ca 21,5 % In 2005 1678 parochianen Kerkgang ca 22,1% In 2006 1618 parochianen Kerkgang ca 22% In 2007 1618 parochianen Kerkgang ca 21,8%
Een laatste grote aanpassing aan de kerk werd uitgevoerd in 1965. De kerk moest worden aangepast aan de eisen, zoals die werden verwoord door Vaticanum II. Tegelijkertijd is met de “aanpassing” veel, zo niet heel veel verloren gegaan. Het priesterkoor werd grondig gewijzigd. Het oude hoogaltaar werd weggehaald en……. verbrand. De preekstoel was al weggehaald en communiebanken werden verbannen. Het geheel werd vervangen door ijzeren hekjes die thans ook weer verdwenen zijn. Wie oudere foto's bekijkt kan haast niet anders dan tranen in de ogen krijgen dat zoveel moois verdwenen is, of bijna onherstelbaar is beschadigd.
Een katholieke begraafplaats is herkenbaar aan een crucifix. De oude crucifix is in 1996 onherstelbaar beschadigd door vandalen. In 1999 is een nieuw crucifix vervaardigd door Froukje Nijhoff, kunstenares in Barger-Oosterveld. Het houtwerk is geschonken door de familie Frits Schulte. En zo prijkt na een paar jaar van afwezigheid weer een nieuwe crucifix boven de graven van hen die ons zo dierbaar zijn (geweest).






