Parochienieuws

Afscheid van Pastoor Marco Conijn

Afscheidsviering Pastoor Marco Conijn
Intocht in de kerk met de parochievaandels.

 

Op zondag 6 april namen we als parochie van Musselkanaal afscheid van pastoor Marco Conijn. In de morgen was er een bomvolle kerk waar zich bijna 600 mensen hadden verzameld. Het was een indrukwekkend mooi en ontroerend afscheid. De pastoor refereerde aan het feest van Allerheiligen, 1 november 1996, waar hij werd gepresenteerd als pastor. Samen met zijn collega, diaken Frans Wielens, mocht hij invulling gaan geven aan het pastoraat van toen nog drie parochies. Hij kon toen niet weten wat een mooie tijd er zou aanbreken. Op 1 januari 2000 werd Marco Conijn benoemd tot pastoor van Mussel en Musselkanaal. Door de Bisschop van Groningen was bepaald dat hij op 6 april 2008, afscheid moest gaan nemen als pastoor. Een afscheid waar hij zelf niet om heeft gevraagd, wat hij zelfs hoopte te kunnen uitstellen, maar het bisdom gaf aan hem elders nodig te hebben. Daarom was het ook een afscheid met gemengde gevoelens. Want wat laat hij niet een dierbare en lieve mensen achter, mensen die zoveel voor hem zijn gaan betekenen, mensen die hij vaak een beetje als zijn familie is gaan beschouwen. Toch is het waar, de pastoor benadrukte ook dat na een fantastische mooie en fijne periode alhier, er een nieuwe en mooie uitdaging op hem wacht in Friesland. Vooruitkijkend weet en voelt hij dat hij zeer welkom is in vijf hele mooie parochies in Friesland. In zijn inleiding op de viering gaf de pastoor ook aan het jammer te vinden dat er vele mensen zijn die zijn afscheid beleven als een teleurstelling, als een ontgoocheling soms zelfs. Hij heeft aan die gevoelens op geen enkele wijze voeding willen geven. Ook in zijn preek gaf hij aan dat we als parochie voorwaarts moeten gaan op de zo goed ingeslagen weg. Hierbij volgt de homilie van de pastoor…

Beste mensen van onze goede God,
Ik vraag me af, waar ben je nou, als jij eens wist, wat ik je zeggen wou. Het zijn woorden van een heel mooi liedje van Paul de Leeuw. Het refrein kent u wellicht. Blijf bij mij, blijf bij mij
na zoveel goeds kan ik je niet meer laten gaan. Blijf bij mij, blijf bij mij, een mooier lot bestaat niet dus vraag ik je, blijf bij mij. Het is een heel mooi liefdesliedje. Vandaag zou ik ook wel een soort liefdesliedje willen zingen of dichten en dat op willen dragen aan jullie allemaal, opdat jullie weten dat ik veel om jullie geef, veel om deze parochie geef. Als je om mensen geeft wil je ze vasthouden, liefst een leven lang, met ze blijven optrekken, bij ze blijven, omdat ze je ten diepste gelukkig maken. En toch lukt dat niet altijd.
 
Beste vrienden, lieve mensen, We zijn allemaal volgelingen van Jezus, volgelingen van Jezus werden in het begin genoemd "De mensen van de weg". Mensen die onderweg zijn, maar ook mensen die op weg gaan met andere mensen. Jezus zelf was ook altijd onder weg. Hij werkte niet in een klein afgebakend gebiedje. Jezus ging weldoende rond. Weldoende rond gaan wordt ook van volgelingen gevraagd. Na een ontzettend mooie en fijne tijd hier gehad te hebben wordt nu ook van mij, als volgeling van Jezus gevraagd, om verder te trekken, om mijn weg te vervolgen, en elders mijn van God gekregen talenten, in te gaan zetten. Dat onze wegen deels gaan scheiden
is hierbij een onontkoombaar gegeven.
 
Op deze dag sluiten de lezingen aan bij de lezingen die wereldwijd gelezen worden. Het is het verhaal van de Emmaüsgangers. Dat verhaal vertelt ons op zo´n mooie wijze hoe enkele leerlingen van Jezus tot echt en doorleefd geloof komen. Dat verhaal van de Emmaüsgangers, het verhaal van volgelingen van Jezus die het niet meer zien zitten. En logisch dat ze het niet meer zien zitten! Drie jaar lang is Jezus met zijn leerlingen opgetrokken. En die leerlingen hebben alles opgegeven voor Jezus. Ze hebben alles achter gelaten. In die jaren hebben ze veel met Hem meegemaakt. Vele hoogtepunten, maar zijn levenseinde, zijn lijden en sterven was een dramatisch gebeuren in hun leven. Dat moeten ze allemaal maar een plek zien te geven. En dat valt logischerwijze niet mee. Ze hebben de moed verloren. Alles is voor niets geweest! `Waar hebben we het voor gedaan´, vragen ze zich af. Ze zitten in een enorme dip!
 
Twee volgelingen van Jezus, twee mannen, die het niet meer zien zitten zijn onderweg naar Emmaus. Emmaüs, ruim elf kilometer van Jeruzalem, zo staat er in de tekst. Waar zullen ze het toch over hebben gehad. Ze zullen elkaar wel niet veel moed ingepraat hebben. Misschien hebben ze ook wel erg veel medelijden met zichzelf. Ach, ach ach, wat een verloren jaren.
 
Dan komt er een Vreemdeling aan en die gaat een stukje met ze op weg. Het staat zo mooi beschreven: 'Hij wandelde met hen mee.' Die Vreemdeling laat ze niet aan hun lot over. Als dan de vreemdeling vraagt wat hen zo dwars zit komt het hele verhaal eruit. En de Vreemdeling luistert naar wat ze te zeggen hebben. Hij luistert en luisteren is een heel goede eigenschap. Niet alleen voor een pastor, maar voor ieder mens. Luisteren naar mensen die hun verhaal mogen doen. De mens nabij zijn. Totaal moedeloos vertellen ze aan de vreemdeling hun verhaal. We leefden in de hoop dat Jezus ons en de wereld zou gaan redden, maar drie dagen geleden werd Hij vermoord, en van het redden van de wereld was geen sprake meer. Voor hen, die Jezus naar Jeruzalem waren gevolgd, blijft alleen nog de weg terug over, de weg naar Emmaus, de weg haast naar nergens. Geen toekomst meer, geen hoop meer. Wat voelen die Emmaüsgangers zich triest.
 
Jezus luistert. Jezus is een goede herder die luistert naar de schapen. Goede herders zijn soms zeldzaam, zelfs in de kerk, Je hebt soms afstandelijke en slechte herders naar wie de schapen moeten luisteren. Herders die weigeren te luisteren. Die helemaal niet in het levensverhaal van mensen geïnteresseerd zijn. Maar de Emmaüsgangers treffen het. Jezus luistert als de goede herder bij uitstek! Jezus luistert eerst een hele tijd. Opvallend is dat Jezus niet, na het verhaal aanhoord te hebben doet wat veel mensen zouden doen. Sommige mensen gaan, als anderen van hun nood vertellen, zelf ook nog een extra duit in het zakje doen door er nog een prachtig rampverhaal aan toe te voegen. Of door een nog rampzaliger scenario te schetsen. Nu, dat zijn niet de mensen van wie je het hebben moet!
 
Jezus luistert een hele tijd naar hun klachten. Hij neemt ze serieus maar, Hij huilt niet mee met de wolven in het bos. Hij heeft maar een ding te zeggen als hij geluisterd heeft. O, onverstandigen die zo traag van hart en begrip zijt´ Jezus jammert niet mee, integendeel. Jezus is wel terecht wat teleurgesteld over hun ongeloof. Teleurgesteld dat er van al hun enthousiasme niets is overgebleven. Teleurgesteld dat al dat vertrouwen weg is gevallen. Eens waren ze vol enthousiasme, maar het vuur is gedoofd! Heeft Jezus zich daarvoor uit de naad gewerkt!
 
En dan gaat zich dat wonder voltrekken. Weer is er een wonder nodig om mensen tot echt geloof te brengen. Jezus doet alsof hij verder moet. Maar de twee mannen dringen aan te blijven. Blijf toch bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde. Blijf bij ons. Jezus aanvaard de uitnodiging van de twee mannen. Hij blijft bij hen. De twee mannen worden van klagers ineens gastheren. Ze nodigen Jezus aan tafel. En daar aan tafel gebeurt het. Jezus neemt het brood, hij spreekt de zegen uit, hij breekt het brood en reikt het de twee mannen toe. Ineens is Jezus de Gastheer, zoals Hij dat zovaak in de kerk is, als we in zijn Naam breken en delen, en Hij zichzelf aan ons deelt in de gedaante van Brood en Wijn. Daar, in die viering, herkennen de Emmaüsgangers Jezus. Zij herkennen Hem bij het breken van het brood. Daar, in die tweede eucharistieviering met Jezus ervaren zij: dit is de Levende Heer. Dit is de levende Heer in persoon. De materiële gedaante van Jezus verdwijnt daarna uit hun ogen. Wat blijft is het Levende Brood, Waar ze Jezus in mogen ontmoeten, zoals Hij zelf zei. Het levende Brood. Zo is het ook nu, vandaag alhier, en zo zal het blijven ook na vandaag in zovele kerken en op zovele plaatsen. Jezus: Het levende brood dat uit de hemel is neergedaald! Jezus die ons toevertrouwd: En als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.
 
Al bijna tweeduizend jaar wordt wereldwijd op zovele plekken, en wordt al ruim 100 jaar op deze plek, de aanwezigheid van de Heer in het woord gevierd, de aanwezigheid in de Sacramenten gevierd, waaronder de eucharistie. Zo zal dat blijven, als u dat wilt enthousiast blijft en vol blijft houden!
 
Lieve mensen, de Emmaüsgangers zagen het even niet meer zitten, dreigden er het bijltje bij neer te gooien. Waar hadden ze het voor gedaan. Menselijke gevoelens en emoties speelden een rol. Dat mag en moet je soms toelaten! Vandaag spelen menselijke gevoelens en emoties ook een rol. Het was toch goed, we hadden het zo mooi, waarom veranderd er zoveel in de kanaalstreek. Waarom veranderd er zoveel in Musselkanaal. Ach, misschien zijn er vandaag wel aanzienlijk meer dan twee Emmaüsgangers. Dat er wat gaat veranderen is een gegeven. Maar u verandert toch niet! U blijft zich toch onverminderd inzetten! U blijft toch het geloof alhier op een blijde en Roomse manier uitdragen met alles wat daarbij hoort! U moet weten, deze parochie is van u allemaal. Generatie na generatie hebben mensen geknokt voor deze parochie. Vele mensen hebben zich ingezet voor deze parochie. Onvoorstelbaar veel mensen zetten zich nu in voor deze parochie. En vele mensen zullen dat nog blijven doen in de toekomst. Daarbij moet u weten, een pastoor is maar een voorbijganger. Niet meer en niet minder…
 
Los van de inzet van een pastoor bent u het die de parochie draagt. En van een pastoor moet je dat eerst nog maar eens afwachten. En als ik een bijdrage aan deze parochie heb mogen leveren,
als ik een bijdrage mocht leveren aan levensgeluk van mensen, als ik ervaren ben als een herder die er was voor de mensen, stemt mij dat alleen maar dankbaar dat God mij op deze weg heeft gezet. Amen.
 
Aan het einde van de viering stak de pastoor de parochianen nog een hart onder de riem. Hij vertelde dat het een blijvende opdracht is om onze goede God een plek geven in het leven, zoals Hij verdiend. Alleen door onze inzet kunnen helpen wij die God van ons om Hem op de kaart zetten en als parochie hebben wij dat op onze wijze altijd geprobeerd. De pastoor benadrukte dat wij allen een bijdrage hebben geleverd aan de opbouw van de parochie. Een mens alleen is tot helemaal niets in staat. Van kerkrestauratie tot Giro, van al die uitbundige en mooie vieringen in de kerk tot de jaarlijkse fietstocht en barbecue en noem maar op. Geen mens op aarde is in staat in zijn uppie grootste dingen tot stand te brengen. We zijn in alles afhankelijk van elkaar en bovenal van God! Wat je wel kan doen is proberen enthousiast te zijn, mensen mobiliseren, kinderen en jongeren erbij betrekken. Opbouwen doe je samen en wat een geluk en zegen dat velen bereid waren en zijn om op te bouwen, aldus de pastoor. Hij deed een beroep op de aanwezigen om daar in Godsnaam mee door te gaan. Om jongeren en kinderen te blijven betrekken en ze alle ruimte te geven om van de liturgie een uitbundig feest te maken, ook van woord en communievieringen. We zijn immers wel rooms met elkaar en hoeven ons daar niet voor te schamen. Laat je zien, ook buiten de kerkmuren, laat zien dat je er bent, laat horen dat je er bent en ja……. laat zelfs ruiken dat je er bent. Een katholiek kerk hoort te ruiken naar wierook. Deze opmerking van de pastoor kreeg zichtbaar en hoorbaar de instemming van de aanwezige mensen. En wierook was er genoeg deze morgen. De acolieten haalden (zonder dat de pastoor dat wist) wat dat betreft alles uit de kast.
 
Tenslotte bedankte de pastoor nog een ieder die de parochie een warm hart toe draagt. Hij bedankte al die vrijwilligers, die zovelen uren en dagen, week in week uit in deze parochie steken. Hij bedankte een ieder die zijn ziel en zaligheid aan de kerk besteed. Hij noemde geen namen, bang als hij was om mensen te vergeten. Wel bedankte hij het parochiebestuur. In de periode van zijn ziek zijn bestuurde zij niet alleen de parochie, en dat is vaker dan men denkt een mega klus, maar hadden ook heel veel zorg om hem. Echte zorg! Moederlijke zorg van Anna, vaderlijke zorg van Ben, Henk, Johan, Joop, Anno. Hij bedankte zijn trouwe hulp Ina Bolmer voor al haar aandacht en zorg. Hij bedankte Marietje Schulte die de eerste 5 jaar voor hem heeft gezorgd. Hij bedankte de feestcommissie die van zoveel festiviteiten een feest maakt en ook het afscheid tot iets groots maakte.
Hij bedankte Rita Jongstra. Het is geen geheim dat de pastoor ook aan haar heel veel te danken heeft. Als er weer eens iets was, hij het even niet zag zitten toen hij een burnout had, kon hij altijd bij Rita en echtgenoot Sierd terecht. Tenslotte bedankte hij zijn lieve ouders, Henk en Fran Conijn. Zo vaak stonden ze voor hem klaar, deden kleine klusjes en kookten. Zijn ouders zullen uit overtuiging lid van de parochie Musselkanaal blijven.
 
Na de viering in de kerk was er een zeer drukbezochte afscheidsreceptie waar meer als 600 mensen de pastoor de hand hebben geschut. Daar klonken veel lieve woorden, veel gelukwensen en was er veel waardering. Onvoorstelbaar veel handen zijn geschut. En soms waren er onvermijdelijk die tranen, waar niet tegen te vechten was omdat afscheid nemen toch wel heel moeilijk is.

Terug naar Parochienieuws