Parochienieuws
Brief van Pater Dorus Wubbels
Zomaar……. Het is een uur of tien op een zondagavond. Ik zit alleen in de computer ruimte van ons opleidingscentrum. Meestal is het hier drukker, want er zijn 38 studenten. Ze komen uit Kenia, Oeganda, Kameroen, Kongo, India en de Filippijnen. Het is heel boeiend jonge mannen met zulke diverse karakters uit zulke diverse culturen te mogen begeleiden. Ze komen enthousiast op me over. Mijn werk bestaat vooral uit het samenstellen van een programma (jaar-, maand- en weekplanning en dagorde), uit een-op-een gesprekken (ik heb twee collega's en we hebben het aantal door drie gedeeld), en uit werkbegeleiding. Dat laatste is eigenlijk mijn specialiteit. Ik heb immers jarenlang pastoraaltheologie gestudeerd. Ik geniet er van stageplekken te zoeken, de studenten in contact te brengen met sleutelfiguren in het pastorale veld en daarna regelmatig met hen te reflecteren over hun ervaringen: hoe ziet je omgeving er uit? beschrijf de mensen eens met wie je het meest te maken hebt? wat voor pastorale noden heb je ontdekt? hoe ga je met die noden om? wat zegt dit over jezelf? hoe zou je jezelf beschrijven als pastorale kracht? hoe raakt dit alles je geloof en je theologie? Ik kan niet genoeg krijgen van zulke vragen - en nog minder van de antwoorden. Vanmorgen had ik al in alle vroegte de mis in "Pumwani Maternity" - een grote kraamkliniek. Daar lopen heel wat zwangere vrouwen rond. Mijn verloskunde is echter meer gericht openbaren dan op baren. Ik vind de kliniek een grote leerschool. Al die vrouwen: waar komen ze vandaan? Sommigen hebben een stabiele relatie, maar er zijn ook heel wat alleenstaande moeders, van wie een aantal nog tieners zijn. Na afloop van de mis komen ze allemaal naar voren voor een zegen: katholieken, protestanten, moslims, ongebondenen. Het geeft niks. De achtergrond geeft ook niks. Ze verlangen allemaal naar zegen: dat het goed mag gaan, die geboorte, het nieuwe leven en met de moeders zelf. Dat het goed mag gaan, de medische zorg en de opvang thuis. Ik heb altijd bewondering voor deze vrouwen die vechten voor minstens twee. Toen was de mis in een van de kerkruimtes van onze parochie. Ik ga altijd wat eerder en geniet al bij voorbaat van de spontane contacten. Vanmorgen kwam ik met twee jongens aan de praat. Een van hen zit in de jeugdgroep. De andere had ik niet eerder gezien. Het bleek dat hij vrijdag was aangekomen uit Kisii land met een tante en haar had kwijt geraakt op het busstation. Hij had al twee dagen niet gegeten. We organiseerden wat brood voor hem en hebben hem na de mis in de auto meegenomen naar "Kwetu" - een opvanghuis voor straatjongens. Hij hoort niet helemaal tot die categorie, maar de directrice, Zr. Angela Adhiambo (ik had haar eerst even gebeld), zei dat hij welkom was voor de nacht. Ik was blij dat we hem daar kwijt konden, want daar zijn maatschappelijke werkers die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van zulke kinderen. Zo vullen de dagen zich moeiteloos. Ik hou van het leven en ben God dankbaar dat ik er zomaar mag zijn. Wat een wonder: er zomaar mogen zijn. Groeten van Dorus uit Nairobi