Jaargang 8, nummer 2 (4-2-2010)
In gebed verbonden |
| Geplaatst door Eltje Toutenhoofd op 14/02/2010 |
IN GEBED VERBONDEN Het is heel gewoon elkaar om hulp te vragen. Vooral wanneer de onderlinge verhoudingen goed zijn, kost het ons doorgaans nauwelijks moeite om van elkaar kleine gunsten te vragen, zoals “Wil je dit even vasthouden?” of “Zou je dat even kunnen meenemen?”. Doordat mensen elkaar goed kennen en gemakkelijk met elkaar omgaan, durven we op elkaars hulp te rekenen. Tegelijk versterkt zulk hulpbetoon onze onderlinge band: gaan we met nog meer genegenheid en vertrouwen met elkaar om. Het kan bij het hulpbetoon gaan om kleine praktische zaken, maar ook om de zaken van het hart. Zielenroerselen, die bij een goede vriend een luisterend oor vinden. Of wellicht staan we voor een moeilijke opgave, en belooft de ander aan je te denken. Waar het ook om gaat, om kleine of grote zaken, het is mooi wanneer mensen blijk geven van betrokkenheid en zo onderlinge banden versterken. Het is een oude overtuiging in de Kerk, dat blijken van betrokkenheid niet alleen tussen mensen op aarde kunnen worden uitgewisseld. Zij die inmiddels niet meer onder ons zijn, delen daar evenzeer in. Wij kunnen voor onze overledenen bidden, maar we kunnen ook tot hen ons hart uitspreken. Omgekeerd vertrouwen we er op dat onze overledenen, zo ze mogen delen in Gods leven, ook voor ons ten beste spreken. Heel bijzonder geldt dit voor de overledenen van wie de kerkgemeenschap heeft mogen vaststellen dat ze werkelijk bij God wonen en daarom heilig zijn verklaard. In de geloofsgemeenschap van de Kanaalstreek hechten veel mensen aan gebed voor de overledenen. Een mooie gewoonte, omdat het onze verbondenheid uitdrukt én verdiept. Een verbondenheid die we hebben en houden, omdat we als gedoopten bij Jezus Christus horen. Dit gebed krijgt aan de ene kant vorm in de beslotenheid van het eigen huis. Maar het krijgt ook een meer openbaar karakter wanneer de gemeenschap gevraagd wordt tijdens de vieringen te bidden. Men spreekt dan wel van “een mis laten lezen” of van “het misinstenties bestellen”. De eerlijkheid gebied echter te zeggen dat deze termen wel heel begrijpelijk zijn, maar niet helemaal juist gekozen. Zoals wij met ons gebed voor de overledenen omgaan, zijn het geen misintenties. Uit de praktijk van onze parochies, mogen we opmaken dat het gebedsintenties zijn. Is er dan verschil?, vraagt u zich misschien af. Het antwoord is bevestigend. Er is verschil. Een misintentie betreft het doel waarvoor de priester (met de geloofsgemeenschap) de eucharistie viert. Dit kan een persoon zijn of een bepaalde zaak. Normaal gesproken is er nooit meer dan één misintentie voor een eucharistieviering. In het weekend worden de eucharistievieringen altijd opgedragen tot intentie van de parochies. Het spreekt vanzelf dat er bij woord en communie vieringen geen misintenties kunnen zijn. De onderliggende gedachte van een misintentie is namelijk dat Jezus lijden, sterven en verrijzen door de eucharistieviering op bijzondere wijze vruchtbaar mag zijn voor de door de priester voorgenomen intentie. Misintenties wortelen dus in het Paasfeest. Gebedsintenties horen als eerste thuis in de beleving van de Kerk als een geloofsgemeenschap, die zorg heeft voor elkaar en elkaar attenties bewijst. Voor elkaar bidden is daarin heel belangrijk. Onze onderlinge banden (en onze band met Christus) worden daardoor alleen maar sterker. Ook als degene voor wie we bidden niet meer naast ons in de kerk kunnen zitten. Het is goed te weten, dat we voor alle duidelijkheid voortaan in de kerk dit gebed als gebedintentie benoemen. Want daar gaat het precies om: dat we in gebed verbonden zijn. Pastoor A. Bultsma